Seks en Identiteit

Genderfluïde,  geslacht, non-binair…Inmiddels bestaan er enorm veel termen om seksuele oriëntatie en identiteit aan te duiden. Dit bewijst hoe divers de menselijke seksualiteit is. Sociale acceptatie, emancipatie en inclusie van de LHBTQTIA+ gemeenschap zijn grote maatschappelijke thema’s. 

Correcte communicatie

Alle afkortingen en terminologie rond seks en identiteit zou volgens sommigen voor stigmatisering kunnen zorgen.

Hoewel die labels beslist ook nadelen hebben, is voor relatietherapeuten, relatiecoaches, intimiteitscoaches, sekscoaches, sekswerkers en andere seksuologische hulpverleners een correcte communicatie rond seks en identiteit erg belangrijk.

Mensen in deze beroepen hebben op dagelijkse basis te maken met gevoelens, onzekerheden, verwarring en vragen van cliënten rond seksualiteit en identiteit.

Hieronder enkele termen op een rij. (Deze lijst is niet compleet).

Begrippen rond seksuele identiteit

  • GeslachtDe genitale geslachtskenmerken die bepalen welk geslacht er op de  geboorteakte komt te staan. Het geslacht geeft niet aan hoe iemand zijn identiteit ervaart.
  • Sekse De lichamelijke, biologische kenmerken die een mens vrouwelijk of mannelijk maken; genitale geslachtskenmerken, genen en hormonale aanleg. De biologie van voortplanting speelt een grote rol bij het begrip sekse.
  • Interseks – De genitale kenmerken zijn bij de geboorte niet aan één sekse toe te wijzen Het kind heeft bijvoorbeeld duidelijk beide geslachtskenmerken of bijvoorbeeld een niet  volgroeide penis èn een vagina-ingang. Of iemand is geboren met een vulva en een vergrote clitoris die op een penis lijkt. Een interseks persoon kan ook de volgroeide geslachtskenmerken hebben van één geslacht, maar een mix van mannelijke en vrouwelijke genen, chromosomen of hormonen.
  • Cisgender – De sekse èn de eigen identificatie daarvan is wat deze persoon betreft hetzelfde. Het woord Cis is latijn en betekend ‘aan deze kant’.
  • Cisman – De persoon kreeg bij de geboorte de sekse man toegewezen en identificeert en voelt zichzelf ook man.
  • Cisvrouw – een persoon kreeg bij de geboorte de sekse vrouw toegewezen en identificeert en voelt zichzelf ook vrouw.
  • Genderexpressie – de manier waarop een persoon de innerlijke genderbeleving naar buiten brengt, bijvoorbeeld door middel van kleding, haardracht, kleuren, make-up of sieraden.
  • Genderfluïde – Dit is een genderidentiteit waarbij de persoon wisselt tussen genders. Een periode voelt deze persoon zich meer man en soms juist meer een vrouw.
  • Genderrol – De verwachting van de samenleving over hoe een bepaald gender zich zou moeten gedragen. Dit kan per cultuur, land, religie of maatschappij verschillen. Dit gaat vaak over uiterlijkheden (kleding) maar ook gedrag; van mannen wordt bv stoer gedrag verwacht en van vrouwen zorgzaamheid.
  • Non-binair – Een persoon die zich niet specifiek een man of specifiek een vrouw voelt. Voorheen werd dit wel androgyn genoemd. Het woord binair is frans en betekend: iets wat op twee keuzes betrekking heeft.
  • Transgender – Bij deze persoon komt de genderidentiteit en/of de expressie niet overeen met het toegewezen geslacht bij geboorte. Een persoon heeft bij de geboorte het geslacht meisje gekregen, maar identificeert zich als een jongen. Trans is latijn en betekend: aan de andere kant.
  • Transseksueel – Deze persoon beschouwt zichzelf als niet behorend tot het bij de geboorte vastgestelde geslacht. Er bestaat verschil tussen de biologische sekse en de genderidentiteit. Meestal duidt het op iemand die geslachtsaanpassende operaties ondergaat of heeft ondergaan.
  • Travestiet – Mannen die het opwindend ervaren zich tijdelijk als vrouw te kleden en te gedragen. In tegenstelling tot wat veel personen aannemen, zijn veel mannen die travestie bedrijven of er fantasieën over hebben heteroseksueel.
  • Genderdysforie – Term uit de psychiatrie om een stoornis aan te duiden waarin iemand verschil ervaart tussen de beleefde genderidentiteit en de biologisch toegekende sekse. Sommigen nemen het besluit over geheel of gedeeltelijk over te gaan tot verandering van geslacht (transitie).
  • Detransitie – Het terugdraaien van een geslachtsveranderende operatie. Het komt in zeldzame gevallen voor, dat een persoon spijt krijgt van deze operatie. In de meeste gevallen is de oorspronkelijke keuze dan genomen wegens destijds onbekende en/of ongediagnostiseerde (andere) psychiatrische problematiek.
  • Queer (Genderqueer) – Term die vaak door personen wordt gebruikt om zich af te zetten tegen de op standaard heteroseksualiteit gebaseerde norm en/of die het hele hokjesdenken in twijfel trekt.
  • Q’ – kan ook ‘Questioning’ betekenen; iemand weet het nog niet waar deze onder valt of waar deze onder zou moeten vallen.
  • Homoseksueel – Deze term wordt gebruikt voor mannen die op mannen vallen. Homo betekend ‘hetzelfde’ (latijn) en duidt erop dat je valt op personen van hetzelfde geslacht als jijzelf.
  • Lesbienne – Deze persoon is een vrouw en valt op vrouwen. Tegenwoordig hoor je ook vaak de term ‘Lesbo’. De term is afgeleid van het Griekse eiland Lesbos, waar de dichteres Sappho veel gedichten schreef over de vrouwenliefde.
  • Biseksueel – Wanneer een persoon op zowel mannen als vrouwen valt, wordt dit biseksueel genoemd. Volgens de afkorting LHBTQIA+ is ‘bi’ ook een aanduiding voor personen die op personen vallen of niet in het rijtje genoemde personen.
  • Aseksueel Aseksuele personen hebben weinig tot geen behoefte aan seks met een ander. Deze personen kunnen wel verliefd zijn of een romantische relatie hebben, en soms of sommigen hebben wel (behoefte aan) soloseks (masturberen/zelfbevrediging).
  • A-romantischPersonen die Aromantisch zijn (‘aro’) voelen zelden of nooit romantische aantrekking. De seksuele oriëntatie van aromantische mensen is veelzijdig. Ook hebben aromantisch personen soms intieme of vaste relaties. Het niet hebben van romantische gevoelens zegt niets over de mate waarin iemand emotioneel intiem kan, is of wil zijn met een ander. Sommigen doen zelfs romantische dingen, zoals dineren bij kaarslicht. Echt verliefd worden gebeurt niet, en vormt ook niet de motivatie voor het aangaan van de relatie.
  • Demi romantisch – Ook deze personen worden zelden of nooit verliefd, en als dit gebeurt is dit meestal pas na het opbouwen van een diepe emotionele band. Er is dus meestal ook geen romantische aantrekking, maar toch verschilt het van aromantisch, omdat verliefdheid wel de motivatie is voor het aangaan van een relatie.
  • Gay overkoepelende Engelse term voor het zich aangetrokken voelen tot personen van hetzelfde geslacht.
  • Panseksueel – Dit is een overkoepelende term, bedoeld voor personen die op ‘mensen’ vallen. Dit kunnen alle mensen zijn: mannen, vrouwen, orbinair, interseks, transseksueel of een andere vorm.
  • Genderbread person – Dit is een pop (een taaitaaipop) die in moderne voorlichting vaak wordt gebruikt om de termen rond genderexpressie, genderidentiteit en geslacht beeldender weer te geven.